Kleinschalige keuzes als structureel risico
Nederland maakt veel beleid op zeer kleine niveaus, zoals buurten, kernen, gemeenten en subregio’s. En politici willen graag alle keuzes die ze maken kunnen uitleggen aan de individuele burger en het moet de inividuele burger bij voorkeur zo direct mogelijk ten goede komen. Grote opgaven zoals circulariteit, innovatie en productiviteit laten zich niet oplossen op zulke kleine schaal en keveren niet direct gewin op voor elke individu. Ze vragen om massa, professionaliteit en duidelijke samenhang en effecten treden pas op op de langere termijn.
De wildgroei van structuren
Regio’s hebben de afgelopen jaren een fijnmazig netwerk opgebouwd van campussen, hubs, fieldlabs, clusters en programma’s. Vaak publiek gefinancierd en meestal bedoeld om iedereen te bedienen. In Regio Zwolle bijvoorbeeld zijn inmiddels meer dan zestig van dit soort organisaties actief waar ruim tweehonderdvijftig mensen werken, grotendeels ontstaan in de afgelopen vijf jaar. Andere regio's in Nederland is deze ontwikkeling van een uitdijende en verder versnipperende fijnmazige economische ondersteuningsstructuur niet anders. We zien dit overal ontstaan en exponentieel groeien.
Waarom dit systeem tegenwerkt
Deze structuren zijn duur, vragen veel afstemming en richten zich onvoldoende op de opgaven die schaal vereisen. Daardoor raken regio’s achterop in productiviteit. Overijssel werkt bijvoorbeeld aan een visie die moet leiden tot het opruimen van overbodige structuren en een effectief regiemodel.
Regio’s moeten dus belangrijke keuzes maken. Deze drie grote opgaven volgen daaruit:
1. Interne herordening
Regio’s moeten hun economische en institutionele structuur opnieuw beoordelen. Niet vanuit bestaande belangen, maar vanuit de vraag welke onderdelen daadwerkelijk bijdragen aan productiviteit, circulariteit, opschaling en verdienvermogen. Dit vraagt om concentratie en om bestuurlijk lef.
2. Bovenregionale samenwerking
Veel opgaven zijn te groot voor één regio. Ketens, clusters en investeringslogica’s lopen door grenzen heen. Serieuze samenwerking richting Rijk en Europa vraagt om schaal die past bij de opgave en niet bij het postcodegebied.
3. Investeren in innovatiekracht
Innovatie staat te laag op de politieke agenda. Er wordt te weinig en te versnipperd geïnvesteerd. Meer middelen en meer focus zijn nodig voor de versterking van het regionale verdienvermogen.
Volgende week deel ik in mijn derde artikel waarom regio’s zichtbaar moeten blijven.

