Terug
10 februari 2026

Bas Doets, partner en adviseur bij KplusV, deelt in een reeks van vier artikelen zijn visie op de grote economische veranderingen waar regio’s mee te maken krijgen. Tot nu toe zagen we hoe internationale ontwikkelingen en structurele schaarste de regionale economie onder druk zetten. We zagen ook dat de economische basis minder solide is dan zij lijkt, ondanks een aantal traditionele parameters gunstig ogen. Een derde factor die deze dynamiek versterkt, is versnippering. In dit artikel laat Bas zien hoe kleinschalige beleidslogica onze slagkracht belemmert en welke drie grote opgaven regio’s hebben.


Kleinschalige keuzes als structureel risico

Nederland maakt veel beleid op zeer kleine niveaus, zoals buurten, kernen, gemeenten en subregio’s. En politici willen graag alle keuzes die ze maken kunnen uitleggen aan de individuele burger en het moet de inividuele burger bij voorkeur zo direct mogelijk ten goede komen. Grote opgaven zoals circulariteit, innovatie en productiviteit laten zich niet oplossen op zulke kleine schaal en keveren niet direct gewin op voor elke individu. Ze vragen om massa, professionaliteit en duidelijke samenhang en effecten treden pas op op de langere termijn.

De wildgroei van structuren

Regio’s hebben de afgelopen jaren een fijnmazig netwerk opgebouwd van campussen, hubs, fieldlabs, clusters en programma’s. Vaak publiek gefinancierd en meestal bedoeld om iedereen te bedienen. In Regio Zwolle bijvoorbeeld zijn inmiddels meer dan zestig van dit soort organisaties actief waar ruim tweehonderdvijftig mensen werken, grotendeels ontstaan in de afgelopen vijf jaar. Andere regio's in Nederland is deze ontwikkeling van een uitdijende en verder versnipperende fijnmazige economische ondersteuningsstructuur niet anders. We zien dit overal ontstaan en exponentieel groeien.

Waarom dit systeem tegenwerkt

Deze structuren zijn duur, vragen veel afstemming en richten zich onvoldoende op de opgaven die schaal vereisen. Daardoor raken regio’s achterop in productiviteit. Overijssel werkt bijvoorbeeld aan een visie die moet leiden tot het opruimen van overbodige structuren en een effectief regiemodel.

Drie grote opgaven

Regio’s moeten dus belangrijke keuzes maken. Deze drie grote opgaven volgen daaruit:

1. Interne herordening

Regio’s moeten hun economische en institutionele structuur opnieuw beoordelen. Niet vanuit bestaande belangen, maar vanuit de vraag welke onderdelen daadwerkelijk bijdragen aan productiviteit, circulariteit, opschaling en verdienvermogen. Dit vraagt om concentratie en om bestuurlijk lef.

2. Bovenregionale samenwerking

Veel opgaven zijn te groot voor één regio. Ketens, clusters en investeringslogica’s lopen door grenzen heen. Serieuze samenwerking richting Rijk en Europa vraagt om schaal die past bij de opgave en niet bij het postcodegebied.

3. Investeren in innovatiekracht

Innovatie staat te laag op de politieke agenda. Er wordt te weinig en te versnipperd geïnvesteerd. Meer middelen en meer focus zijn nodig voor de versterking van het regionale verdienvermogen.

Volgende week deel ik in mijn derde artikel waarom regio’s zichtbaar moeten blijven.

Deel