Terug
9 februari 2026

Hoe statushouders onder de oude wet weer perspectief krijgen op werk en participatie


Een vergeten groep met potentie

Tussen werk en uitkering bevindt zich een grote, vaak onzichtbare groep mensen: de zogenoemde ondertussengroep. Dit zijn statushouders die vóór 1 januari 2022 een verblijfsstatus kregen en onder de oude Wet Inburgering vallen. Door de invoering van de Nieuwe Wet Inburgering is hun begeleiding grotendeels naar de achtergrond verdwenen. Terwijl nieuwe instromers intensief worden begeleid, bleef deze groep buiten beeld. Zo ontstond het ‘granieten bestand’: mensen met potentie, maar zonder perspectief.

Het probleem: jarenlang wachten kost kansen

Veel van deze statushouders zitten al jarenlang in de bijstand. Niet omdat zij niet willen werken, maar omdat structuur, begeleiding en maatwerk ontbreken. Door langdurige uitval zijn zelfvertrouwen, netwerk en arbeidsritme verdwenen. Velen weten simpelweg niet meer waar ze moeten beginnen. Juist binnen deze groep schuilt veel verborgen talent: mensen met werkervaring, praktische vaardigheden en motivatie, die door omstandigheden vastgelopen zijn in het systeem.

Voor veel statushouders onder de oude wet geldt dat hun inburgering en participatie gefaseerd en versnipperd zijn verlopen. Eerst taal, dan lange wachttijden, daarna pas oriëntatie op werk. In de praktijk betekent dit: weinig samenhang, weinig perspectief en veel vertraging. Door gebrek aan capaciteit en prioriteit bij gemeenten is deze groep vaak niet opnieuw in beeld gekomen. Gesprekken over mogelijkheden blijven uit. Trajecten worden niet herstart. Mensen verdwijnen in de anonimiteit van de bijstand.

Wachten heeft gevolgen: motivatie neemt af, vaardigheden verouderen, gezondheid en zelfbeeld verslechteren. Wat ooit tijdelijk was, wordt structureel.

Van bijstand naar perspectief: potentieel benutten

Ongeveer de helft van alle bijstandsgerechtigden in Nederland bestaat uit statushouders. Een groot deel daarvan zit langer dan drie jaar in de uitkering. Naar schatting geldt dit voor circa 85%. Een aanzienlijk deel van deze groep heeft wel degelijk arbeidsmarktpotentieel, maar krijgt onvoldoende ondersteuning om dit te benutten.

Dit is niet alleen een sociaal probleem, maar ook een financieel vraagstuk. Een bijstandsuitkering kost gemeenten gemiddeld 22.000 euro per persoon per jaar, inclusief uitvoeringskosten. Door mensen duurzaam te begeleiden naar werk, kunnen gemeenten grote besparingen realiseren en tegelijk maatschappelijke waarde creëren.

Praktijkvoorbeelden zoals de werkbrigade bij Scalabor in Arnhem tonen aan dat het anders kan. Via praktijkgerichte trajecten bouwen deelnemers opnieuw arbeidsritme op, ontwikkelen zij vaardigheden en groeit hun zelfvertrouwen. Niet vanuit controle, maar vanuit vertrouwen.

Sociaal ontwikkelbedrijven als sleutelpartner

Sociaal ontwikkelbedrijven spelen een cruciale rol bij het activeren van de ondertussengroep. Zij beschikken over de expertise en praktijkomgeving om mensen stap voor stap te begeleiden richting werk. Zij bieden:

  • Praktijkleren: werken in een realistische omgeving met passende begeleiding.

  • Objectieve toetsing: inzicht in belastbaarheid en competenties op basis van dagelijkse praktijk.

  • Persoonlijke ontwikkeling: aandacht voor motivatie, structuur en zelfvertrouwen.

  • Doorstroombegeleiding: actieve ondersteuning richting regulier werk of vervolgtrajecten.

Deze combinatie maakt sociaal ontwikkelbedrijven onmisbaar in de begeleiding van statushouders onder de oude wet. Tegelijk verandert het speelveld: de Participatiewet krijgt een andere invulling en de WSW-capaciteit neemt af. Dit vraagt om een nieuwe, structurele rol voor sociaal ontwikkelbedrijven als duurzame schakel naar werk.

Financieel ontzorgen met verantwoordelijkheid

Veel statushouders in de ondertussengroep hebben te maken met financiële problemen. Ontzorgen is soms nodig om rust te creëren en schulden te voorkomen. Tegelijk mag dit niet leiden tot passiviteit. Effectief ontzorgen gaat altijd samen met begeleiding naar financiële zelfredzaamheid. Stap voor stap meer eigen regie, met passende ondersteuning. Alleen zo ontstaat duurzame zelfstandigheid.

KplusV: bouwen aan duurzame samenwerking

KplusV ondersteunt gemeenten, het mkb en sociaal ontwikkelbedrijven bij het opzetten van krachtige coalities rond participatie en arbeidstoeleiding. Met een praktische en verbindende aanpak helpt KplusV partijen om structureel samen te werken aan maatschappelijke opgaven.

Vanuit deze rol brengt KplusV regionale ketens tot stand waarin publieke en private partners elkaar versterken: gemeenten, werkgevers, welzijnsorganisaties en sociaal ontwikkelbedrijven. Daarnaast adviseert KplusV over financieringsmogelijkheden, zodat goede plannen ook daadwerkelijk uitvoerbaar worden.

Conclusie: een gemiste groep verdient nieuwe aandacht

De overheid heeft een maatschappelijke verplichting om alle inwoners perspectief te bieden. Toch krijgt de ondertussengroep onder de oude wet momenteel onvoldoende prioriteit. Door drukte, beleid en beperkte capaciteit blijven mensen met potentie jarenlang buiten beeld. Dit is een gemiste kans voor henzelf, voor gemeenten en voor de samenleving.

Juist nu is het moment om deze groep opnieuw in beeld te brengen, opnieuw te beoordelen en opnieuw perspectief te bieden.

Oproep tot actie: stop met wachten, begin met bouwen

De ondertussengroep van de oude wet vraagt om een gerichte, praktische en mensgerichte aanpak: meer aandacht voor talent, meer inzet van sociaal ontwikkelbedrijven, meer maatwerk en begeleiding. Stoppen met wachten betekent: mensen weer serieus nemen, opnieuw kansen bieden en samen bouwen aan perspectief.

Niet door nog meer beleid, maar door doen. Niet door afwachten, maar door activeren. Niet door loslaten, maar door begeleiden. Zo maken we van een vergeten groep opnieuw volwaardige deelnemers aan de samenleving.

Deel